Wandeling Plekken van Plezier

Tekst Frits Baarda
Op uitbundigheid kunt u Dordtenaren in het verleden moeilijk betrappen. Daarvoor was de volksaard te calvinistisch en te sober. Toch zijn er voldoende Plekken van Plezier te vinden. Loop maar eens mee!

Hof
Dit is een plek van nationaal belang. Als oudste stad van Holland, met stadsrechten uit 1220, is Dordrecht de bakermat van Nederland en van de Nederlandse taal. Dat kwam zo: in 1572 schaarde het opstandige Nederland zich onder leiding van prins Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersing. Vertegenwoordigers van rebelse steden kwamen hier tijdens de Eerste Vrije Statenvergadering in het geheim bijeen. Ze daagden het Spaanse gezag uit. Onbedoeld legden ze zo kiem voor de Nederlandse staat, zoals we die nu kennen. In de ‘wieg van Nederland’ werd naderhand een reeks van kerkvergaderingen gehouden. Tijdens de Synode van Dordrecht
(1618 – 1619) vlogen scherpslijpers en vrijzinnige calvinisten elkaar in de haren. Toch viel er een belangrijk besluit. De Statenbijbel moest worden vertaald, de grondslag voor de huidige Nederlandse taal. De oranjes kwamen graag naar Het Hof, ook om er te feesten. Willem van Oranje, de latere stadhouder van Holland, was zo van Dordrecht gecharmeerd, dat hij in 1575 besloot er zijn bruiloft te vieren. Zijn nieuwe vrouw Charlotte de Bourbon stemde graag toe. Het stadsbestuur bood hen een copieuze maaltijd aan. Verse vis kwam uit de Dordtse wateren, gevogelte uit de Biesbosch, alleen de exquise wijnen moesten ze uit Duitsland, Frankrijk en Spanje halen. Loop door poortje, korte zijde plein

Augustijnenkerk
Aan de linkerkant van de steeg staat de Augustijnenkerk, uit 1293. Augustijner monniken baden en lazen in deze kerk, een van de oudste van Nederland. Vroeg 16de eeuw begonnen ze in ‘dit broeinest van ketterij’ al in het diepste geheim de protestantse leer uit te dragen. Uit het naastgelegen klooster is Het Hof voortgekomen. Veel gelachen werd er niet. Wel is in de kerk morbide humor te vinden. Voormalig doodgraver A. de Vogel liet op zijn grafsteen beitelen: ‘Hij die gewoon was het graf met lijken te verzaden, ligt hier zelf ten spijs aan maden’. Rechtsaf, de Voorstraat op.

Pictura (nr. 190)
Het hoge bordes van een voormalige burgemeesterswoning (nr. 190) geeft toegang tot Pictura, het oudste kunstenaarsgenootschap van Nederland. Sinds 1774 komen werkende kunstenaars en kunstliefhebbers er samen, om te schetsen, etsen, schilderen en al pratend en drinkend de geestelijke vrijheid te vieren. Het trefpunt is vanaf 1901 dit huis Oostenrijck aan de Voorstraat, daarvóór wisselden ze vaker van plaats.

Magazijn (nr. 180)
Dit pand is een feest van de architectuur, hét jugendstil-topstuk van Dordrecht. Dat het hier staat, is te danken aan beddenverkoper A.J. Zwijsen. Met een heuse, transparante meubelshowroom wilde hij opzien baren. De Dordtse architect Carel Tenenti tekende het ontwerp. Na de opening in 1902 keken Dordtenaren er hun ogen uit. Sinds vorig jaar is het een trekpleister. Het Magazijn is een moderne combi van caférestaurant, kunstuitleen en winkels, met muziekoptredens tussendoor.

Café De Tijd (nr. 170)
Bier en gezelligheid komen hier samen achter een typisch Dordts renaissancegeveltje uit 1603. Al tientallen jaren is het een drukbezocht café, sinds 1988 onder de naam De Tijd. Het interieur is een charmant samenraapsel van spiegels, een modern schilderij en ingelijste gedichten. Het belangrijkste bevindt zich achterin: veertien (wisselende) tappunten en in totaal meer dan 150 soorten bier op fles.

Linksaf, Nieuwbrug, met uitzicht
Een brug om bij stil te staan. Het gezicht op de Wijnhaven, waar de stad zijn oorsprong heeft, kan Dordtenaren flink emotioneren. Dichter Kees Buddingh’ schreef eens: ‘Als ik in Dordt op de Nieuwbrug sta en uitkijk naar de koepel van de Groothoofdstoren in de verte, weet ik dat heel Brooklyn en Manhattan samen mij nooit zoveel zullen doen.’ De brug zelf is een staaltje ingenieurskunst van de hoogste orde. De constructie ontstond in 1851 op de tekentafel van stadsarchitect G.N. Itz, die acht stadsbruggen tot zijn geesteskinderen mag rekenen.

Rechtsaf, Wijnstraat
Gezellige straten zijn er in Dordrecht volop, maar de titel ‘elegantste straat’ is voorbehouden aan de Wijnstraat. Het meanderende stratenpatroon ontstond in de Middeleeuwen, op een dijk langs het riviertje de Thure. De schoonheid van het stratenlint was Constantijn Huygens in 1676 opgevallen, toen hij schreef: ‘Ons Hollands eerste Stadt pronckt met een langen Straet, die rijck en heerlijck is, maar slingert in veel bochten’. De Wijnstraat is tegenwoordig een parelsnoer van liefst 62 rijksmonumenten.

Wijnstraat 123/125
Dit enorme huis heet De Onbeschaamde, en dat komt door een onschuldige, blote jongen. Kijk naar boven, daar staat het ventje onder het dak. Op een dag, begin vorige eeuw, zou koningin Wilhelmina de stad met haar bezoek vereren. De feestelijke rijtoer trok door de Wijnstraat. Maar de koningin hoefde niet te blozen. Het piemeltje was op last van het stadsbestuur afgedekt met een oranje sjerp. Het pand staat er al sinds 1650. De beroemde bouwmeester Pieter Post tekende
voor het ontwerp.

Wijnstraat
De Wijnstraat draagt zijn naam niet voor niets. De handel was hier levendig, eerst in Duitse Rijn- en Moezelwijnen, later in Franse wijnen. Onderin de huizen bevonden zich geschikte koele wijnkelders. Hier werd wijn bereid, opgeslagen, maar ook gedronken. Bijna elk huis had een wijnkelder, van waaruit ook aan publiek werd verkocht. Sloeg een handelaar een nieuw vat aan, dan stuurde hij een omroeper de stad in om liefhebbers te lokken.

Pandora, nr 82-86
Weinig uitdragerijen zullen zo representatief gehuisvest zijn als Pandora. Nu is het een feestelijke warwinkel, vroeger school achter de Louis XIV-gevel Dordts eerste vaste schouwburg. Begin 19de eeuw speelden amateurgezelschappen er voornamelijk romantische stukken. Voordat het een theater werd, was het vanaf de bouw in 1735 een woonhuis. Net buiten de route (zie kaart, nummer 45) ligt Dordts vervlogen kwartier van vertier. De Riedijk rook voor de een naar zedelijk verderf, voor de ander was het een oergezellige uitgaansbuurt. De Riedijk lokte tot na de Tweede Wereldoorlog burgers en vreemdelingen. Reizigers van de veerdiensten langs de Merwekade trokken langs de kroegen, bordelen en herbergen. Schippers vormden de harde kern van de clientèle. Nu is het een betrekkelijk stil, maar sfeervol straatje.

Groothoofdspoort
Dordrecht telde ooit achttien stadspoorten. De Groothoofdspoort bleef gespaard. Het bouwwerk werd tussen 1440 en 1450 opgemetseld. Pas in 1640 kreeg het de naam Groothoofdspoort. Die grootse naam verdiende het, want over de oorspronkelijke laatgotische poort werd een nieuwe renaissancepoort gebouwd. Aan de rivierzijde zetelt de Dordtse stedemaagd in haar Hollandse Tuin, omringd door de wapens van andere Hollandse steden. Het Groothoofd was lang de belangrijkste toegang tot de stad. Alles en iedereen kwam over het water. Dordtse burgers, vreemdelingen, maar ook koningen, keizers en andere hoge gasten stapten hier aan land. De entree paste bij hun status. Onder de erebogen door paradeerden keizer Sigismond van Duitsland, Karel V, Philips II, Maximiliaan van Oostenrijk, de hertog van Alva en koning Willem II. Ook de Franse keizer Napoleon liet er kort zijn gezicht zien. Hij negeerde de erewachten en bezocht per sloep de stad. De laatste vorst die per schip arriveerde, was op 27 april 2015 koning Willem-Alexander, met in zijn kielzog koningin Maxima.

Drierivierenpunt
Dit is een plek van opgetogenheid. Drie rivieren vloeien bij het Groothoofd in een machtige beweging samen, links de Oude Maas, rechtuit de Noord en rechts de Beneden Merwede. Met ruim 150.000 scheepsbewegingen per jaar is dit het drukst bevaren rivierknooppunt van Europa. Saai is het hier nooit. Iedere dag is anders. De kleur van het water verschiet, de luchten erboven tonen een oneindig palet. Schilders, onder wie Aelbert Cuyp, maakten hier of vanaf de overkant hun mooiste werken. De Friese schrijver Theun de Vries, keerde telkens terug, want: ‘Eén keer bij dit doelwit van zoveel wandelingen aangeland, verstil ik vanouds in opgetogenheid voor de aanblik van Hollands mooiste waterscheiding.’

Linksaf, Damiatebrug
Iedere historische stad heeft een brug waarmee het de ansichtkaart kan sieren. Florence heeft zijn Ponte Vecchio, Amsterdam zijn Magere Brug en Dordrecht zijn Damiatebrug, in de volksmond de ‘diamantenbrug’ geheten. Stadsbouwmeester G.N.Itz ontwierp de gietijzeren toegangspoort naar de Wolwevershaven. De ophaalbrug is een feest van herkenning in een stadsdeel dat al zo vaak is gefotografeerd en geschilderd. Ook de ingebruikname in 1855 had feestelijk moeten verlopen. Maar de stemming werd ronduit bedroefd, toen twee dagen na de officiële handelingen twee kettingen braken en de brug onverwacht in beweging kwam. Een jonge Dordtenaar
overleefde het niet, een ander raakte zwaar gewond.

Brug over, linksaf Wolwevershaven
Hadden deze kade en haven in Amsterdam gelegen, toeristen zouden zich massaal aan zoveel historische pracht hebben vergapen. De Wolwevershaven, de naam van straat én water, is de verborgen parel van Dordrecht. De haven werd in 1609 gegraven. Slikwerkers vulden duizenden karretjes met bagger, voordat de eerste schepen hier binnen konden lopen. Ze bevoorraden de pakhuizen aan de overzijde (Kuipershaven) voornamelijk met wijn. Ter plekke werden wijnvaten gemaakt,
het zogeheten kuipen. Met de handel en de zeevaart was het rond 1880 in Dordrecht vrijwel gedaan. Zeilschepen en pramen maakten plaats voor stoomschepen, waarvan enkele hier hun laatste rustplaats hebben gevonden. Nu liggen er oude binnenschepen, de zogeheten ‘bruine vloot’, een soort een varend museum. De eigenaren repareren op de kade met veel toewijding masten en zwaarden. Een enkele keer moeten ze plaatsmaken, bijvoorbeeld voor de tweejaarlijkse manifestatie Dordt in Stoom, of als Sinterklaas in Dordrecht zijn feest begint.

Linksaf, Vader Tijd
Op het Vlak nr.2 kijkt vanuit het timpaan van dit grote patriciërshuis Vader Tijd al sinds 1728 neer op ons, stervelingen. Hij toont twee familiewapens. Op zijn hoofd draagt hij een zandloper, als teken van vergankelijkheid en de tijdelijkheid van het leven.

Rechtsaf, Nieuwe Haven
Tegenwoordig een echte plek van plezier, met tientallen sloepen en zeiljachten die er onderdak vinden bij de Koninklijke Dordrechtsche Roei- en Zeilvereniging (KDR & ZV). De in 1851 opgerichte ‘Roei en zeil’ is een van de oudste van Nederland. Prins Hendrik ijverde destijds voor de oprichting (‘Voor lieden uit den beschaafden stand’). Sinds die tijd heeft de vereniging een band en met het koninklijk huis behouden. Lang ervoor was de in 1410 gegraven Nieuwe Haven thuisbasis voor houthandelaren en later visverkopers. Vanaf vlotten verkochten ze hun waren. Ook handelaren van aardappels (Aardappelmarkt) en knollen (Knolmarkt) maakten graag van de plek gebruik.

Museum Van Gijn
Aan de Nieuwe Haven 30 staat het imposante Huis Van Gijn. Wie er binnentreedt voelt zich een dwaalgast in de tijd. Het patriciërshuis ademt de sfeer van ruim honderd jaar geleden. Het interieur is gaaf en compleet bewaard gebleven, een museale tijdmachine. De rijke regent Johan van Neurenberg gaf in 1729 opdracht tot de bouw. Anderhalve eeuw later lieten bankier en verzamelaar Simon van Gijn en zijn vrouw er hun oog op vallen. Zij woonden er twintig jaar. Na het overlijden
van zijn vrouw bleef Van Gijn er wonen, eenzaam en alleen. Hij zocht troost in het verzamelen van historische prenten, schilderijen, zilverwerk en ook speelgoed. Na zijn overlijden, zo bepaalde hij, moest zijn huis in een museum veranderen. In 1922 ging hij dood. Drie jaar later betraden de eerste bezoekers een reusachtig poppenhuis, met bovenin een fantastische speelgoedzolder.

Linksaf, Lange IJzeren Brug
Ook deze brug is een schepping van Itz. In 1856 verving de Lange IJzeren Brug een houten voorganger. Dichter Kees Plaisier omschreef de brug eens treffend als ‘een accolade tussen twee kades’. Geen mooier uitzicht op de Grote Kerk dan vanaf het hoge, beweegbare brugdeel. De bouw van de kerk moet omstreeks 1285 zijn begonnen, op de restanten van een tufstenen kerk. De onbedoeld hellende toren is nu het beeldmerk van de stad. Eerder dit jaar was de kruisbasiliek in Brabants-gotische stijl het decor van tv-spektakel The Passion.

Vleeshouwersstraat
Al in 1404 stond de ‘vleishouwerstraete’ in de boeken genoemd. De kleine slagers verdwenen vrij snel, maar altijd is ‘Het leukste straatje van Dordrecht’ levendig gebleven. Tussen 1940 en 1950 zorgde Koos Versteeg hier vanuit nr. 40 voor spetterend leesplezier. Op het hoogtepunt bestierde hij met zeven volgestouwde panden Nederlands grootste boekhandel.

Linksaf, Café Americain in de Gulden Os
De Gulden Os rust al sinds 1523 op de gotische trapgevel van het gelijknamige pand aan de Groenmarkt 153. Ooit liep het pand door tot aan de Knolhaven en had het de ongelooflijke diepte van 125 meter. Het vergulde dier herinnert aan de vele slagers die in deze buurt werkten. Nu heeft de openbare bibliotheek bezit genomen van het ingrijpend verbouwde pand. Aan de voorkant is sinds kort bibliocafé Americain gevestigd, waar men koffie met leesvoer kan bestellen. De naam Americain roept bij oudere Dordtenaren warme gevoelens op. Van 1920 tot de jaren ’70 draaide hier het trendsettende, Amerikaans getinte café-restaurant Americain op volle toeren. In een magnifieke blauwe zaal werd gedanst, kwamen schakers samen en keurden konijnenfokkers er hun troeteldieren.

De Sleutel
Op nummer 105 staat de voormalige woning (uit 1538) van bierbrouwerij De Sleutel. Het bedrijf zou in 1433 zijn gesticht, als eerste. Dertig brouwerijen telde de stad op zijn hoogtepunt, maar alle verdwenen. In 2008 kwam er leven in de brouwerij terug. Een paar mannen begonnen achter dit huis weer ambachtelijk bier te maken, natuurlijk onder de naam De Sleutel.

Scheffersplein
Het intieme Scheffersplein werd vroeger gebruikt voor de markt. Toen die handel zich naar het Statenplein verplaatste, kreeg de calvinistische volksaard langzaam bourgondische trekjes. Je kon er ook genieten! Dordtenaren houden de stoeltjes tot diep in de herfst bezet. Hun Scheffersplein is er tegenwoordig voor de lol. Plein is overigens een bedrieglijk woord. Het plaveisel dat hen draagt, raakt twee oevers en dekt water toe. Onderlangs stroomt het water van de Voorstraatshaven. Het plein is tevens een brug, een pleinbrug dus, als dat woord zou bestaan. De man op de sokkel, kunstschilder Ary Scheffer (1795-1858), schonk zijn naam aan het plein.

Boterbeurs
In een kromming van de Wijnstraat staat de Boterbeurs, uit 1841. In en rond het gebouw verhandelden boeren er zuivelwaren, later bood het onderdak aan het Dordrechts Museum en ‘s lands eerste openbare leeszaal. Sinds vorig jaar is het omgetoverd tot een duurzaam en sfeervol loftcomplex, met behoud van monumentale waarden.

Rechtsaf, Wijnbrug
De brug biedt uitzicht op Dordts ‘gouden bocht’. Een deel van de huizen staat er op Venetiaanse wijze met de achtergevel in het water van de Voorstraatshaven. Vanaf de brug is goed te zien hoe het Scheffersplein het water overspant.

Rechtdoor, steek Voorstraat over, Berckepoort
Gebouwencomplex Berckepoort ontleent zijn naam aan de invloedrijke Dordtenaar Matthijs Berck, die zijn fortuin opbouwde met handel in wijn. In nog bestaande, hol gemetselde kelders sloeg hij zijn alcoholische waar op. Berck mocht grote staatslieden tot zijn vrienden rekenen. Zijn huis was logement voor de Hertog van Alva, maar ook van diens grote vijand Lumey (aanvoerder van de Geuzen). Ook prins Willem van Oranje verbleef tussen 1573 en 1579 regelmatig bij hem en proefde er graag van zijn wijnen. Uit die tijd dateert een gedichtje van Adriaan van Nispen over de aantrekkingskracht van de stad: ‘Te Dordt is altyd feest: men vindt er overvloet Van bier en edel ooft en edel druivenbloet En rijckdom en geneugt.’

Linksom, terug naar Het Hof, einde.

skyline-visual