De Korenbeurs

Bomkade 11
3311 JD Dordrecht

De Korenbeurs is in 1834 ontworpen door G.N. Itz. (1799 – 1869), stadsbouwmeester van Dordrecht tijdens de periode 1832 – 1867. In 1834 werd de Korenbeurs gebouwd voor 13.000 gulden. Die bouwsom werd in termijnen van 1.000 gulden door de stad Dordrecht terugbetaald een de graanhandelaren die het geld hadden geleend.

Na afbetaling werd de gemeente eigenaar van het gebouw. Het geval was namelijk dat de graanhandelaren tevreden zouden zijn geweest met een houten gebouw, maar de gemeente stond er op dat het gebouw in steen werd uitgevoerd. De nieuwe Korenbeurs werd op 6 november 1834 door korenkoopers en pondgaarders in gebruik genomen. Bij de inwijding werd het gebouw in de volgende dichterlijke woorden toegezongen: Wat Tempel rijst daar voor mijn oog / En beurt het glazen dak omhoog / Verheft met pracht zijn trotsche tinnen / En siert de grijze Merwestad / Die menig sieraad noodig had van buiten en van binnen.

De Korenbeurs is een van de eerste ontwerpen van G.N. Itz dat gerealiseerd werd, hetgeen duidelijk blijkt uit het vrijwel stijl zuiver toegepaste classicisme. De voorgevel heeft door zijn fijne detaillering een helderheid en frisheid die het na ruim 175 jaar tot een van de beste neoclassicistische gebouwen van Dordrecht maakt. Binnen, hoog aan de oostelijke wand van de Korenbeurs, bevindt zich een door de stad Dordrecht geschonken reliëf.

De Dordtse stedemaagd troont op een sokkel met het stadswapen, de palmtak der roem in de hand. Zij wordt geflankeerd door twee zittende stroomgoden, Oude Maas en Merwede. In de jaren zeventig is het pand voor wonen/werken geschikt gemaakt, door er los van de buitenwanden kolommen in te zetten met aan beide zijden een entresol, die verbonden zijn door een brug. Op deze manier blijft het karakter van het hoge gebouw met zijn glazen dak het best bewaard.

skyline-visual